Kaapse Bossen wandeling

 

 

Lengte: ongeveer 13 kilometer. Horeca na een uur lopen, en in Maarn. Verdwaaltip: Ben je de weg hopeloos kwijt? Pak dan je kompas en volg noord-noordwest, dan kom je vanzelf terug in Maarn, of volg zuid-zuidwest, dan loop je naar Doorn.
Een kaart vind je
hier.

- Je start op station Maarn. Kom je met de auto, dan rij je naar het voormalige Raadhuis op het Raadhuisplein.
- Vanaf spoor 1 ga je de trappen af, rechtsaf langs de fietsenstalling en rechtsaf het viaduct onderdoor. Vanaf spoor 2 ga je de trappen af en rechtsaf onder het viaduct door.
- Voor je zie je het raadhuis van Maarn; hier ga je rechts langs, de Kastanjelaan in.
- Tweede straat links, Berkenlaan.
- Eerste straat rechts, Esdoornlaan.
- Waar de weg na ongeveer 200 meter een bocht naar rechts maakt, linksaf een bospad in, langs een bordje 'verboden vuil te storten'. Je loopt het natuurgebied De Pol in.
- Na 75 meter stuit je op een brede beukenlaan; hier rechtsaf.

  Je ziet hier de rood-witte markeringen van het Heuvelrugpad. De Utrechtse Heuvelrug is een grote wal van zand en grint. Deze wal is neergelegd in de voorlaatste ijstijd, 150.000 jaar geleden, door opstuwende ijsmassa's uit ScandinaviŽ. Op een landkaart kun je goed zien hoe de gletscher destijds moet hebben gelegen. Aan de westkant van de gletscher is de Heuvelrug ontstaan, aan de oostkant de Veluwe. In het midden ligt een nauw dal waar het smeltwater uit de gletscher stroomde. Daar ligt nu Rhenen, onder de Grebbeberg.
De Heuvelrug strekt zich uit van Hollandsche Rading (bij Hilversum) tot aan Rhenen. Het heuvelrugpad loopt er overheen, 77 kilometer lang.
Na de ijstijd kwamen de bomen weer terug die in dit gebied altijd gestaan hebben. Er groeiden voornamelijk eiken en berken. In de middeleeuwen is een begin gemaakt met grootscheepse ontbossing. Het hout werd verkocht en als bouwmateriaal en brandhout gebruikt. In de zeventiende eeuw was het bos verdwenen. Het gebied bestond uit kale heide. Vanaf sommige heuveltoppen kon je Utrecht zien liggen. De heide werd al snel van economische betekenis. De inwoners van Doorn lieten er schapen grazen, ze plaatsten er bijenkorven en haalden er zand weg.
Pas in de achttiende eeuw begin men professioneel bossen aan te planten: in keurige rijtjes en vierkante vakken, en met snelgroeiende bomen. De grote behoefte aan stuthout voor de Limburgse mijnen was een van de redenen voor de bosbouw. De meeste bomen in de Kaapse Bossen zijn niet ouder dan zo'n 170 jaar.

- Je passeert een slagboom, steekt een asfwaltweg (Maarnse Grindweg) over, en passeert weer een slagboom. Nu loop je landgoed Huis te Maarn in.

  Aan je rechterhand zie je een bos met prachtige douglassen en lariksen. De Douglas-spar speelt een hoofdrol in deze wandeling. Het is een exoot, een niet-inheemse boom, die op den duur uit De Kaapse Bossen moet verdwijnen. De Douglas-spar heet in het Latijn Pseudotsuga menziesii, naar Menzies, een botanicus die als arts met kapitein Vancouver op diens wereldreis (1791-1795) meereisde. Hij merkte als eerste Europeaan de spar op, in 1792. De bioloog David Douglas, op ontdekkingsreis gestuurd door de Londense Horticultural Society, beschreef de boom in de periode 1825 - 1827 en stuurde zaad naar Engeland. Een aantal van de in 1828 in Engeland geplante bomen staat er nog steeds. De oudste douglasbomen in Nederland staan in het park van paleis Het Loo in Apeldoorn en dateren van 1857. Met David Douglas liep het slecht af. Op een van zijn tochten werd hij overvallen door Indianen en verloor een oog. Later, op HawaÔ, viel hij in een dierenval en werd hij doorboord door de horens van een buffelstier. De Douglas wordt in zijn natuurlijke verspreidingsgebied 40-60 meter hoog, met maxima tot 90 meter. De Douglas is daarmee een van de grootste bomen ter wereld. De diameter ligt normaal tussen de 1 en 2 meter, maar er zijn exemplaren met een diameter van 4,5 meter. De Douglas in Nederland is gewoonlijk een stuk kleiner, hoewel de exemplaren in het beschut gelegen Loo 40 meter hebben bereikt. De Douglas levert goed hout, dat wordt verkocht onder de naam Oregon Pine. De naalden en het hars ruiken sterk naar citronella, wrijf maar eens over de naalden en ruik aan je hand.

- Op viersprong, volg je even de rood-witte markering van het Heuvelrugpad. Je gaat links om een heuveltje heen.
- Na 50 meter op een kruising linksaf.
- Op een kruising met breed zandpad rechtdoor, een naaldbos in. Dit pad, dat overgaat in een graspad, steeds volgen terwijl het daalt en stijgt.
- Aan het eind op de T-splitsing rechtsaf.

  Aan je rechterhand zie je een paar vakken met lariks en Douglas. Hier kun je goed zien hoe eentonig een productiebos is. De aangeplante bomen zijn allemaal even oud, en dus even hoog. Lariksen en Douglassen nemen veel licht weg van de bodem. Daardoor groeit er verder weinig onder.
Natuurmonumenten wil van de Kaapse Bossen een 'nagenoeg natuurlijk bos' maken, met een hoge 'natuurwaarde'. Echt natuurlijk bos bestaat niet meer in Nederland. Om iets dat erop lijkt te bereiken, hanteert Natuurmonumenten het begrip 'natuurwaarde'.
Een bos met een hoge natuurwaarde kent veel lagen: mossen, grassen, struiken en bomen. Er staan bomen van verschillende leeftijden, en er staat en ligt veel dood hout. In dode bomen die nog rechtop staan vinden spechten en uilen gelegenheid om te broeden. Ook de boommarter, een zeldzaam beest dat in de Kaapse Bossen nog voorkomt, broedt in bomen. Omgevallen bomen bieden voedsel en beschutting aan zwammen, insecten en kleine zoogdieren. Daardoor neemt ook het aantal vogels toe.
Een natuurlijk bos is verder een bos waarin de natuur zijn gang gaat en de mens zo min mogelijk ingrijpt. De enkele vogel die houdt van saaie productiebossen, zoals de kruisbek, moet maar gaan verhuizen.
Dit lariksbos heeft een lage natuurwaarde. Dat komt ook door het type boom. Op exoten als Douglas en Lariks komen veel minder insecten voor dan op inheemse bomen als eik, beuk en grove den. Deze exoten hebben ook een veel grotere concurrentiekracht: ze winnen het van andere boomsoorten en overwoekeren het bos.

- Aan het eind van dit pad staat een opvallende kastanje, met aan de voet drie gekleurde paaltjes: rood, geel en groen. Op deze T-splitsing linksaf. Je betreedt landgoed SBI / Zonheuvel.
- Direct volgt een viersprong; hier rechtdoor. Dit pad volgen tot aan de oprijlaan van het Huis te Maarn, negeer onderweg een rood-wit kruis.

  Een productiebos kent verschillende fasen. Je ziet om je heen daar de sporen van. Jonge bomen worden in nette rijen dicht tegen elkaar aangeplant. Zo groeien ze hard omhoog, elkaar beconcurrerend om zo veel mogelijk licht te vangen. Daardoor krijgen ze ook weinig zijtakken, en dus weinig knoesten in het hout.
Na een jaar of tien wordt het vak gedund. De beste bomen worden gemerkt, en de rest wordt eruit gehaald. Weer een aantal jaar later volgt nog een dunning. Een bomenkenner wijst 'toekomstbomen' aan. Dat zijn veelbelovende, rechte bomen die volwassen mogen worden. De rest wordt er weer uit gekapt. Zo krijg je dus verschillende vakken, met verschillende afstanden tussen de bomen.
Het duurt zeker 60 jaar voordat een Douglas volwassen is. Houtproductie is een vak waar je geduld voor moet hebben. Vandaar ook het gezegde: 'boompje groot, plantertje dood'.
Op de hoek met de oprijlaan staan enorme coniferen en verder zie je veel rodondendrons staan. Bij de aanleg van landgoederen werden veel exoten aangeplant.

- Op de oprijlaan linksaf.
- De oprijlaan volgen tot T-splitsing, hier naar rechts om de rododendrons heen. Je krijgt nu een goed zicht op Huis te Maarn.

  De tuin van Huis te Maarn is aangelegd in 1907. Het huis is gebouwd in 1916, door de Twentse textielbaron W. B. Blijdestijn. In de jaren zestig is het als hotel in gebruik geweest. Het is een neo-classisistisch landhuis, de tuin is in barokke stijl aangelegd. Het geheel is in vrijwel oorspronkelijke staat bewaard gebleven.
Om je heen kun je goed zien dat de aanleg van zo'n landgoed gepaard ging met de aanplant van allerlei exoten. Midden in het weiland staan bijvoorbeeld een aantal Libanonceders.

- Vlak voor slagboom op paadje linksaf.
- Het pad doorsnijdt een boswal. Hier rechts aanhouden.
- Op een schuine T-splitsing rechtsaf. Je houdt een afrastering aan je rechterhand.

  Na ongeveer 50 meter zie je links een eikenlaan, de Karel Anthonialaan.
Natuurmonumenten heeft niet erg radicaal gekozen voor een natuurlijk bos. Anders was recreatie bijvoorbeeld verboden. En ook doet de vereniging concessies aan de cultuurhistorische waarde van het terrein.
In de Kaapse Bossen ligt een aantal oude lanen. Enkele daarvan worden middels ingrijpen bewaard of zelfs vernieuwd. Zoals deze Karel Anthonialaan. Het was tot voor kort een majestueuze beukenlaan van een jaar of tachtig oud. De beuken doen het echter niet zo goed op deze hoge zandgrond. Ze wortelen oppervlakkig en kunnen daarom niet goed bij het grondwater. Steeds meer beuken stierven af. De laan is zodanig in verval geraakt dat Natuurmonumenten heeft besloten om opnieuw te beginnen, deze keer met eiken, die diep wortelen.
De eiken die je hier ziet zijn in september 2000 geplant. Ze waren toen 7 jaar oud. Over een jaar of 50 staat hier een prachtige eikenlaan. Verderop in deze wandeling zie je beukenlanen die niet meer compleet zijn.

- Blijf de omheining volgen tot deze op een onduidelijke viersprong, bij een drie-stammige beuk, naar rechts buigt. Hier neem je een smal paadje rechtdoor.
- Even verderop op een T-splitsing rechtsaf.

  Je ziet hier en op nog veel meer plekken open plekken die zijn begroeid met jonge bomen. Hier zie je hoe Natuurmonumenten het omvormingsbeleid richting een 'natuurlijk bos' vormgeeft. Ieder jaar worden een aantal van dit soort open plekken gemaakt. Alle exoten worden weggezaagd.
De open plekken zijn niet groter dan 1 tot 1,5 boomlengte. Daardoor blijven ze in de zomer beschut tegen felle zon en in de winter tegen grote kou. Het bos kan zich hier verjongen. De volgende jaren worden alle zaailingen van exoten verwijderd. De inheemse planten en bomen blijven staan.
Deze plek is in 2000 gemaakt. Je ziet dat berken en grove den succesvolle pioniers zijn en lekker groeien. Na een jaar of tien wordt de open plek vergroot, dan worden de exoten in een cirkel er omheen verwijderd. Zo wordt in 40 jaar het hele bos aangepakt. Tegen die tijd is Natuurmonumenten klaar met 'het creŽren van de voorwaarden voor een nagenoeg natuurlijk bos'.
Dit beleid is in 1998 vastgesteld. In 2013 wordt het geŽvalueerd. Wie weet denkt men dan heel anders over natuurbeheer.
Er is ook nog wat anders aan de hand. Bij de laatste wereldklimaatconferentie werd berekend dat de zeespiegel over zestig jaar zo ver is gestegen, dat Amersfoort aan zee ligt, en Utrecht onder water staat. Tegen die tijd wonen we met z'n allen op de Heuvelrug en de Veluwe, en staat er misschien geen enkele boom meer.

- Op een schuine T-splitsing rechts aanhouden.
- Op een kruising stuit je op een verhard pad, speciaal gemaakt voor rolstoelers. Hier rechtdoor. (Links zie je een opvallende tamme kastanje.) Dit pad volg je tot het chalet Sint Helenaheuvel.

  Hier kun je wat drinken. Je hebt ongeveer 4 kilometer gelopen. Het zeshoekige Helenaheuvel is in 1931 gebouwd door de toenmalige eigenaar van de Kaapse Bossen, Van der Lee. Hij noemde het naar Helena Swellengrebel, een dochter van een eerdere eigenaar van het bos. Geopend: van 1 april t/m 31 oktober diinsdag t/m zondag 10:30 - 17:00 uur, 1 november t/m 31 maart zaterdag en zondag 10:30 - 17:00 uur.

- Hier rechtdoor via dalend pad, het chalet aan je rechterhand houden. Ook de heide en zandvlakte hou je aan je rechterhand.
- Iets voorbij de heide op vijfsprong linksaf. Je houdt een boswal aan je rechterhand. Hier moeten honden aangelijnd, zegt een bordje. Je loopt het pad helemaal uit.

  De naam Kaapse Bossen is waarschijnlijk afkomstig van een van de vroegere eigenaren, de familie Swellengrebel. De Swellengrebeltjes kwamen uit Zuid-Afrika, de Kaapkolonie. In brieven die ze in 1751 en 1752 schreven aan hun familie in Afrika, vergeleken ze het bos met het Clasenbosch, een bezit van hun tantes in de Kaapkolonie.

- Waar het pad ophoudt, rechts door de boswal en meteen links. Maar kijk eerst even links.

  Je ziet hier de Doornse kei, een zwerfkei op een sokkel. Wie in de tijd van Van der Lee in het bos wilde wandelen, moest entree betalen. Maar daar kreeg je wel wat voor terug. Van der Lee had een aantal attracties in het bos aangebracht: het theehuis, de kei en verderop een uitzichttoren.

- Je komt bij een uitkijktoren, de Doornse Kaap.

  Hier stond lang een houten uitzichttoren, die wegens rotting is gesloopt. Sinds mei 2006 staat hier een hogere toren met een stalen frame.
Vanaf de toren kun je bij goed weer Utrecht, Amersfoort en Hilversum zien liggen. Naar het zuiden zie je de rand van de Heuvelrug, het laagland van de Langbroeker Wetering.

- Je gaat hier - als je met de neus naar de toren staat, naar rechts.
- Op kruising rechtdoor. Het pad daalt.

  Na ongeveer 300 meter zie je links een geel-blauw bordje van Natuurmonumenten. 'Rustgebied voor het wild' staat erop. Vlak achter dat bordje staan de restanten van een dode beuk. Er staan krabsporen van de boommarter op en je kunt verschillende spechtenholen zien.

- Even verderop, op een kruising 100 meter voor een slagboom, linksaf.
- Bij een kruising rechtdoor.

  Als je op deze kruising naar links gaat, zie je na ongeveer 30 meter rechts een dubbele wal in het bos. Dit was een schietbaan van de mariniers. De van desertie verdachte sergeant Meijer is er gefusilleerd in 1940, een duistere zaak waarover decennia later nog Kamervragen werden gesteld. Meer lees je op http://www.grebbeberg.nl/bibliotheek/data/art00016.html. Als je niet op de kruising maar een paar meter verderop over een ruiterpad linksaf gaat, loop je de schietbaan op.

- Doorlopen tot de weg.
- Steek de weg over en ga onder het poorthuis door.

  Dit is het poorthuis van landgoed de Ruiterberg. De novelle 'De Zwarte Ruiter' van Simon Vestdijk speelt zich af in de Kaapse Bossen. In het boek wordt gesuggereerd dat het geschreven is vanuit dit huis. Volgens Vestdijks tweede vrouw is-ie echter nooit in het poorthuis geweest.

Op T-splitsing rechtsaf. De asfaltweg gaat over in een halfverhard pad.

  Links ligt de oranjerie van de Ruiterberg, met daarachter het jachthuis. Het vak aan je linkerhand was een tijdje helemaal kaal. In 2000 zijn alle bomen hier weggehaald. Zo kun je ook een bos omvormen, je hebt dan alleen tijdelijk even geen bos. Er zijn toen eiken aangeplant, de rest is er ingewaaid. Je ziet welke bomen succesvol zijn.

- Eerste pad links.
- Doorlopen tot een open veld, de tuin van landhuis De Ruiterberg.
- Hier rechtsaf, langs een bank.

  Vlak voor de slaagboom sta je op de zuidelijke punt van de tuin van De Ruiterberg. De tuin is aangelegd in de vorm van een ruit.

- Waar de weg naar links buigt, ga je rechtdoor langs een slagboom naar beneden.
- Steek een halfverharde weg over ga rechtdoor.
- Eerste pad links, zo'n 200 meter voor de autoweg.

  Je stuit op dit pad op een dikke omgezaagde Douglas die was aangetast door de Dennenvoetzwam. Om je heen zie je een grote hoeveelheid omgezaagde jonge Douglas-sparren. Vrijwilligers slopen hier de jonge opslag van exoten, om ruimte te bieden voor inheemse bomen.

- Aan het eind van het pad links, omhoog. (Ga je hier rechts, dan kom je op een parkeerplaats waar je soms kans maakt op patat.)
- Aan je rechterhand zie je in de diepte recreatieterrein Het Doornse Gat.
-Als je bij een hek komt, volg je het pad naar links, langs de slagboom. Aan je linkerhand zie je een oude akker.
- Na de akker rechtdoor.
- Eerste pad rechts.
- Bij Y-splitsing links aanhouden langs een paaltje met 'Doornse Gat'. Dit pad volgen tot het eind.

  Links zie je vakken met Douglas en verderop Lariks. Sta even stil bij de natuurwaarde van deze vakken.

- Op T-splitsing linksaf. Voor je zie je camping De Bonte Vlucht.

  Na 50 meter zie je aan je linkerhand 'het Chinese bosje'. Nog niet zo lang geleden zijn hier kavels bos aan particulieren verkocht. Toen bleek dat ze geen vergunning kregen om er een huis op te bouwen, hebben de meesten hun grond aan Natuurmonumenten overgedaan. Dit stuk is nog particulier eigendom, van iemand uit China, zo gaat althans het verhaal. Je kunt er goed zien wat er gebeurt als je de jonge aanplant niet uitdunt. De bomen groeien als kool, maar worden onvoldoende stevig en waaien makkelijk om.

- Op eerste kruising linksaf.

  Hier zie je om je heen iets wat lijkt op een natuurlijk bos. Er groeien voornamelijk inheemse bomen en struiken, en er zijn heel wat natuurwaarden aanwezig: verjonging, dode bomen, grassen, mossen, struiken en bomen. De grote bomen, grove dennen, zijn echter allemaal even oud, dat is natuurlijk niet natuurlijk.
In dit deel van het bos maak je, als je je kop houdt, een goede kans om een paar reetjes te zien. In de winter leven er zo'n 70 reeŽn in de Kaapse Bossen. In de zomer is het minder druk, een flink deel zwerft dan over de landerijen in de omgeving.

- Steek een ruiterpad over, daarna eerste pad naar links.
- Eerste pad schuin rechts.
- Ga langs een bankje rechtdoor op een hek af van De Ruiterberg.

  Ook deze laan wordt vernieuwd. Je ziet op regelmatige afstand jonge Kaukasussparren staan, een boom met hele kleine scherpe naaldjes. Deze boom is hier ook ooit ingevoerd.

- Vlak voor het hek rechtsaf.

  Een klein paadje naar rechts leidt naar een oude tennisbaan met de fundamenten van een theehuis.

- Eerste pad links, een rododendronlaan op.
- Op de rotonde ga je linksom.

  Je bent nu op de noordelijke punt van de tuin van De Ruiterberg. Het huis is in de oorlog door een bombardement grotendeels verwoest. De Duitse veiligheidsdienst zat er in. Ergens hier in de buurt ligt ook een spoor van bomkraters dat in de richting van het huis loopt, je ziet er enkele langs de route.

 

- Je vervolgt de rododendronlaan.
- Aan het eind rechtsaf.
- Op kruising linksaf.
- Langs slagboom, asfaltweg (Maarsbergse weg) oversteken, en het pad vervolgen. Je komt langs een bank.

  De bank kijkt uit op een open plek die tien jaar geleden is gemaakt. Het staat hier vol met jonge bomen. Uiteindelijk, als de exoten weg zijn, zal het ingrijpen in dit natuurgebied vooral bestaan uit de introductie van grote grazers, zoals vroeger de oerrunderen. Die vertragen het dichtgroeien van open plekken, waardoor de variatie in plantengroei toeneemt en ook meer diersoorten kans zien te overleven. Momenteel is er voor een kudde te weinig te eten. Op langere termijn is er in de Kaapse Bossen plaats voor een kleine kudde Galloways of Schotse Hooglanders.

- Op T-splitsing rechtsaf.
- Einde pad rechtsaf.
- Direct eerste pad links, ruiterpad.
- Op de kruising met een laan met jonge eiken (voormalige oude beukenlaan) linksaf. Je loopt over een mul ruiterpad.

  Hier stond een oude, vervallen beukenlaan. De beuken zijn weggehaald. Ervoor in de plaats zijn eiken geplant.

- Op de kruising rechtsaf.
- Op T-splitsing linksaf. Het pad maakt een bocht naar rechts. Daarna eerste pad links.
- Je komt uit op een heideveld. Steek dit veld over. Aan het eind van het heideveld rechtsaf. Je passeert een bank op het 'stilste plekje van Nederland'.

  Dit veld is de Doornse Berg. Heide hoort hier van nature niet thuis. Voorlopig wordt het heideveld nog in stand gehouden, door andere begroeiiing regelmatig te verwijderen. Daardoor maken de zandhagedis en de hazelworm, die graag op de heide in de zon liggen, nog een kans. Op termijn wordt het veld aan z'n lot overgelaten en zal het dichtgroeien.
Dit heideveldje werd in december 2003 door stichting Natuur en Milieu uitgeroepen tot stilste plekje van Nederland, na vergelijkend lawaai-onderzoek in de natuurgebieden De Wieden, De Weerribben en de Zak van Beveland. Een publiciteitsstunt, zou je zeggen. Het heideveld is in 2004 ingrijpend vergroot, om voldoende kans te bieden aan de zandhagedis en verschillende vlindersoorten.

- Je komt op een asfaltweg (Maarnse Grindweg). Hier rechtsaf.
- Eerste pad links. Je loopt Landgoed Maarsbergen op, zegt een bord. Houd een houten hek aan je rechterhand.

  Even verderop zie je rechts een grafheuvel. Links staan saaie vakken Grove Den.

- Bij de zandweg met geasfalteerd fietspad linksaf. Volg deze weg tot je bij een huis komt, een voormalige hoefsmederij.
- Ga direct na het huis linksaf, langs een slagboom en een bordje 'Landgoed Huis te Maarn'.

- Tweede viersprong rechtsaf. Steeds rechtdoor, langs een slagboom, weer rechtdoor een smal slingerend pad in.
- Hier rechts aanhouden. Je komt uit op de Berkenlaan.
- Op het kruispunt rechtsaf , Kastanjelaan in. Voor je zie je het Raadhuis, en verderop het viaduct van de snelweg en de spoorlijn.


Was het leuk? Opmerkingen, aanvullingen en correcties zijn welkom. Mail naar bosvreugde[apestaartje]mannenopdemaan.nl

Laatst geactualiseerd in september 2012

Deze route is oorspronkelijk gemaakt door Daan Buitenhuis en in 1992 gepubliceerd in 'Oeverlopers, groenpoten en andere wandelaars', een uitgave van de vereniging Natuurmonumenten. Mannenopdemaan hem bewerkt, hier en daar omgelegd en van commentaar voorzien.

Bronnen: Natuurvisie Kaapse Bossen 1998, 'In een lieflijk landschap' van E.J. Demoed, 'De bossen van de Utrechtse Heuvelrug' van Wilco Meijers, en de boswachters van de beheerseenheid Noord-Holland en Utrecht van Natuurmonumenten.

© Mannenopdemaan, 2002

Meer wandelingen vind je op www.wandel.pagina.nl